NIeuw themaboek

Dit uniek naslagwerk over het Arendonkse uitgangsleven telt zo'n 150 bladzijden, voorzien van persoonlijke verhalen en getuigenissen en ruim 200 foto's.

Een Arendonkse cafégeschiedenis.

NIeuw themaboek

Dit uniek naslagwerk over het Arendonkse uitgangsleven telt zo'n 150 bladzijden, voorzien van persoonlijke verhalen en getuigenissen en ruim 200 foto's.

Image

Arendonk heeft door de jaren heen heel wat cafés en drankgelegenheden gekend. Halfweg vorige eeuw stond er op elke hoek van de straat wel een bruine kroeg.

De Arendonkse heemkring bundelden alle etablissementen uit heden en verleden in de vorm van een boek.

Het boek komt uit tegen de zomer van 2019. Maar je kan nu al vooruit bestellen. Zo ben je zeker dan je een exemplaar zal krijgen.

Image

Arendonk heeft door de jaren heen heel wat cafés en drankgelegenheden gekend. Halfweg vorige eeuw stond er op elke hoek van de straat wel een bruine kroeg.

De Arendonkse heemkring bundelden alle etablissementen uit heden en verleden in de vorm van een boek.

Het boek is nu beschikbaar. Bestel het via onze webshop.

Heemmuseum

Het museum is elke laatste zondag van de maand geopend tussen 14u en 17u.

Groepen of scholen kunnen ook langskomen na het maken van een afspraak.

Een gloednieuw museum.

Heemmuseum

Het museum is elke laatste zondag van de maand geopend tussen 14u en 17u.

Groepen of scholen kunnen ook langskomen na het maken van een afspraak.

Na meer dan 17 jaar werd het Arendonkse heemmuseum van de grond af gerenoveerd. Er werd gekozen voor een open museum in 1 grote ruimte met als centraal onderwerp Arendonk. Er werd zeer veel aandacht besteed aan de opstelling met als kernbegrippen overzicht, kleur interactie en rust.

Heemmuseum 3.0

Het nieuwe heemmuseum werd opgebouwd rond het thema Arendonk. Enkel onderwerpen die een rechtsreeks verband houden of iets vertellen over ons dorp kregen een plek in het vernieuwde museum. De onderwerpen werden uiteindelijk gebundeld en gepresenteerd rond 3 centrale thema's.

Stacks Image 1675

ARENDONKSE PERSONEN IN DE KIJKER

Arendonk heeft heel wat beroemde personen voortgebracht. Zowel in het (verre) verleden als het heden. Tal van deze "Arendonkse Personen In de Kijker" krijgen de nodige aandacht.

Stacks Image 1684

ARENDONKSE
SIGARENNIJVERHEID

In de tweede helft van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw was Arendonk een belangrijke speler in de sigarenproductie. Heel veel materiaal uit deze belangrijke industrie is bewaard gebleven en geeft een mooi beeld van hoe het er toen aan toe ging.

Stacks Image 1693

GESCHIEDENIS & GEBRUIKEN

Arendonk bestaat sinds 1212 en heeft in die meer dan 800 jaar heel wat doorstaan. Het museum geeft een mooie beeld van de geschiedenis van het dorp.

Ontmoetingsruimte

Onze ontmoetingsruimte is GRATIS te reserveren voor vergaderingen of bijeenkomsten.

Een multifunctionele ruimte.

Ontmoetingsruimte

Onze ontmoetingsruimte is GRATIS te reserveren voor vergaderingen of bijeenkomsten.

Image

Alle faciliteiten

Groot projectiescherm

Beamer

Apple TV

Computeraansluiting

Sonos geluidsinstallatie

Voor elk wat wils

Ruime toog - Gekoelde dranken - Alle Arendonkse bieren - Wijn

Genealogische bibliotheek

Ons genealogisch archief heeft heel wat te bieden ! Je kan er elke eerste donderdagavond tussen 20 en 22u in komen snuisteren. Of je kan eenvoudig een afspraak maken voor een ander moment.

Voor stamboomonderzoek zit je goed bij ons.

Genealogische bibliotheek

Ons genealogisch archief heeft heel wat te bieden ! Je kan er elke eerste donderdagavond tussen 18 en 20u in komen snuisteren. Of je kan eenvoudig een afspraak maken voor een ander moment.

Niets zo leuk als onderzoek te doen naar je familiegeschiedenis en het leven van je voorouders. Waar kwamen zij vandaan ? Wat deden ze om de kost te verdienen ? Hoeveel kinderen waren er ? Waren ze arm of rijk ? Stam jij af van Arendonkse teloorlekkers ? Kom dan zeker eens langs om bij ons je familiegeschiedenis uit te pluizen !

Omdat onze heemkring enkel steunt op vrijwilligers zijn wij helaas niet in de mogelijkheid om in jou plaats opzoekwerk te verrichten. Je komt dus best zelf even langs.

Om toch al even te kijken wat je bij ons zo al kan vinden, kan je onderstaande inventarissen al raadplegen.

Een geweldig team vrijwilligers

Kom jij ons team versterken ?

Een geweldig team vrijwilligers

Onze heemkring heeft voor ieders wat wils !

Ben je een handige Harry ? Of ben je goed met computers en sociale media ?
Misschien doe je wel graag opzoekwerk en schrijf je graag artikels ? Voor iedereen is er plaats in onze groep.

Je leeftijd speelt geen rol. Bij ons werken alle leeftijden tussen 20 en 85 naadloos samen ! Als je maar gepassioneerd bent door Arendonk en zijn geschiedenis en een groepsspeler bent.

Wij leggen onze leden in de watten.
  • 3x per jaar heemnieuws magazine
  • Gratis toegang museum
  • Gratis toegang lezingen
  • Gratis toegang evenementen
  • Gratis nieuwe thema-uitgaven

Een ledenblad boordevol heemnieuws.

Wij leggen onze leden in de watten.
  • 3x per jaar heemnieuws magazine
  • Gratis toegang museum
  • Gratis toegang lezingen
  • Gratis toegang evenementen
  • Gratis nieuwe thema-uitgaven

Drie maal per jaar krijgen onze leden het "Heemnieuws" in de bus. Het blad staat vol leuke en interessante artikels over de geschiedenis van ons dorp. Word snel lid en kirijg het Heemnieuws ook in jouw brievenbus.

Lees hier alvast enkele artikels uit de vorige uitgaven.

December 2018
De Loteling

Naar aanleiding van de viering 100 jaar Grote Oorlog 1914-1918, schreef ik op basis van foto’s, documenten en herinneringen aan de vertellingen van mijn grootvader Jan (Joannes) Huybrechts, bijnaam Jan van Boerkes Joake, 4 afleveringen in het Arendonks Heemnieuws over twee Arendonkenaars en hun belevenissen achter de IJzer en achter den Draad.

Ook navolgend verhaal gaat over deze twee mensen die in de maalstroom van de geschiedenis aan het begin van vorige eeuw in hun jong leven werden geconfronteerd met de waanzinnige miserie van de oorlog.
Tot het jaar 1909 werden de soldaten dienstplichtigen per jaartal uitgeloot. Een gebeurtenis die diep kon ingrijpen in het leven van jonge mensen en hun families. De dienstplicht bedroeg toentertijd drie lange jaren. Wanneer men 19 jaar werd, diende men verplicht deel te nemen aan een loting zo bepaalde een militiewet van 1817 die door het Belgische bewind na de onafhankelijkheidsverklaring bleef gehandhaafd.
Joannes Huybrechts eruit! De galmende stem van de arrondissementscommissaris die het metalen kokertje opent, doet me opschrikken uit mijn overpeinzingen. Ik sta te trillen op mijn benen, omklem met kracht de stok, waaraan moeder vanmorgen een blauwe handdoek heeft gehangen met roggeboterhammen en een stuk harde kaas voor deze dag, en die ik over mijn schouder heb meegedragen naar de loting in Turnhout. Er loopt een koude rilling langs mijn ruggengraat. Drie jaar van mijn leven gespaard door het lot, een klein metalen kokertje met mijn nummer valt in de goede bak. Geen drie jaar bij het leger; bij de piotten zoals ze bij ons worden genoemd. Er kleeft bij de gewone mensen een slechte reputatie aan de lotelingendienstplicht. Strenge tucht, sobere voeding, slechte huisvesting in aftandse kazernes ver van huis, veel straffen, Nederlands onkundige officieren, ontucht, slechte kameraden, drankmisbruik. Al deze nefaste ondeugden doen de ronde over jongens die drie jaar ver van huis moeten om hun lotelingendienstplicht te gaan vervullen.
Samen met een veertigtal jonge mannen van mijn leeftijd uit Arendonk zijn we vroeg in de morgen te voet naar Turnhout getrokken, paard en kar bleven thuis om het noodzakelijk veldwerk niet in het gedrang te brengen. Het is al vele jaren lang een traditie, dat de lotelingen uit hetzelfde dorp samen optrekken naar de jaarlijkse loting. En samen op de terugweg na de loting het nodige gerstenat laten vloeien om het plezier en de vreugde van diegenen die zijn uitgeloot te vieren, en ook het verdriet van diegenen die ingeloot zijn te verdrinken. De tocht naar Turnhout gebeurde in alle stilte, iedereen had genoeg aan zijn eigen gedachten. De dreiging ingeloot te worden, hing als een loden last op ieders schouders.
Mijzelf zegt de binnenkant van de herbergen niet veel. Toen ik Joke leerde kennen was zij dienster bij de Grote Wolf in de Wampenberg. Een fel jong ding, aardig om te zien, vlot van tong met een schoon lijfje, mooie blonde haren in een wrong afhangend in haar nek. Zoals zij de pinten bier ronddroeg, heupwiegend tussen de tafeltjes door, ik kon mijn ogen niet van haar afhouden. Het duurde wel enkele weken vooraleer ik haar durfde aanspreken. Nu kennen we elkaar al enkele weken. Ik heb met haar broers gesproken en haar achteraan op het erf van “Het Hof”, al eens alleen gezien.
We staan al een uur te wachten, vooraleer de hoge heren aankomen om de loting te beginnen. Ons groepje Arendonkenaars wacht bang af. Naast mij staat Pol Jacobs, Pol van Poeperen, de zoon van een stevige boer op Roobeek. Hij heeft een oogje op mijn zuster Laurence. Wij zijn deze morgen in de groep naast elkaar opgestapt. We zegden niet veel, iedereen was teveel met zijn eigen gedachten bezig. Zou ik er in- of uitgeloot worden, hield iedereen bezig. Wat als ik erin word geloot. Hoe gaat dit thuis en op het veld worden gemist. Mijn lief, ons moeder, ons vader, de koeien en de paarden. Wat kan er allemaal wel niet gebeuren in die drie jaar legerdienst.
Opnieuw galmt de stem van de arrondissementcommissaris vanaf het pui van het stadhuis over het plein. ‘Paulus Jacobs erin’.
Pol wordt zo wit als een laken, ‘gotver…, gotver… drie jaar, weet je wel wat dat is, dat kan toch niet waar zijn’, komt er vloekend over zijn lippen. Maar de onverbiddelijke stem van de commissaris ratelt al verder. Geen plichtplegingen, binnen enkele maanden naar de keuring en dan de sjako op je kop, kanonnenvoer als het oorlog wordt. Ik weet niet wat ik tegen Pol moet zeggen. Het rommelt al enkele jaren in Europa, maar wat weten wij gewone mensen daarvan. Het schijnt dat de Duitse keizer een echte onruststoker is. In tegenstelling tot zijn evenknie, de Oostenrijks-Hongaarse keizer Franz-Jozef, de oude geliefde keizer van de veelvolkerenstaat zoals de pastoor hem onlangs nog noemde in één van zijn preken. Dat zal wel een katholieke keizer zijn.
Zes jaar later staan we weer naast elkaar. Pol en ik, ondertussen allebei getrouwd en vader geworden. Pol zwaaide af, trouwde met ons Laurence en heeft één kind. Een klein meisje, Paula. Ik ben al vader van drie zonen. Joke was er vlug bij, het prettige jonge ding wist van wanten… Op mijne boek staat er al drie jongens. We boeren goed, een klein boerderijtje en daarbij ook nog sigarenmaker in Holland, dat betaalt goed en brengt harde guldens in de schuif.
Pol draagt na zes jaar opnieuw het uniform van ‘den Bels’, opgeroepen onder dreiging van de oorlog moet hij opnieuw in dienst. ‘De smeerlappen’, zegt hij, eerst drie jaar in het leger na de loting, en maar amper drie jaar thuis en nu kan ik opnieuw optrekken. We wuiven hem allemaal uit. Laurence huilend van miserie, Joke en ik met gemengde gevoelens en de klein mannen lachend, ocharme ze weten nog niet wat hun vader en nonkel boven het hoofd hangt. Hoelang zal het duren eer we hem terugzien. Zal den Duits zijn dreiging uitvoeren en ons land in een oorlog meeslepen?
En we zijn erin gesukkeld in de oorlog. Veel hebben we erop de Voorheide en in Arendonk nog niet van ondervonden. De opeisingen van graan en patatten doen wel pijn en worden slecht vergoed. De paarden die worden opgeëist doen meer pijn, gelukkig blijven die van Frète Joak gespaard omdat we er boten mee voorttrekken op de vaart. Mijn vader deed dit al voor de oorlog uitbrak, vooral nadat hij een groot deel van zijn veestapel had verloren door een onbekende ziekte. Hij heeft ook heel wat grond moeten verkopen. De koeien waren niet verzekerd, we konden dit niet betalen.
Anderhalf jaar later gaat het nieuws rond dat de Duitsers een dodendraad gaan plaatsen langs het kanaal om de grens met Holland af te sluiten. Het schijnt een soort elektriciteitsdraad te zijn, als ge eraan komt wordt ge dood gebliksemd.
Ik sta met mijn pakske kleren op de doorgang aan de draad. Joke staat erbij met de drie kinderen, Jef, Jaak en Pol. Waar gaat onze va naartoe? Mijn broer Louis heeft een ‘Durchgangschein’ van den Duits om met paard en kar naar Reusel te rijden, de uitbetaalde lonen van de sigarenmakers op te halen voor de achtergebleven vrouwen op de Voorheide en in Arendonk. De sigarenmakers die ervoor kiezen om in Nederland te gaan werken, kunnen niet terug naar huis, ze dienen verplicht in Holland te blijven zolang de oorlog duurt. Met veel misbaar, tranen, luid geschrei, gevloek en gescheld, trekken we ons los van vrouw en kinderen.
Regelmatig krijg ik een kaart van mijn schoonbroer Pol van achter ‘den IJzer’. Hij heeft na enkele maanden in de loopgraven, vooral door zijn technische kennis, een goede functie gekregen in het noorden van Frankrijk bij een eenheid die de motoren van veldgeschut onderhoudt. Direct gevaar loopt hij niet, gelukkig. Ondertussen gaat ons leven hier in de afgescheiden wereld tussen Arendonk en Reusel verder. We kunnen praten aan de draad maar wel op een serieuze afstand. Ons geld wordt aan de vrouwen afgeleverd door mijn broer. Terzelfdertijd vernemen we allerlei nieuwtjes en worden levensnoodzakelijke attributen doorgegeven. Wanneer de Duitse schildwacht die van dienst is, al een oudere man is, knijpt deze wel eens een oogje dicht.
Jan, zegt mijn broer Louis op een dag tegen mij, er zijn problemen met Joke. Meer vertelt hij niet. Het is alsof ik een klop met een voorhamer op mijn kop krijg. Opnieuw knaagt de onzekerheid. Diep van binnen grote twijfel, ik kan toch aan de draad waar we, ver van elkaar trachten te praten, er niet over beginnen. Wat kan ik doen, hoe moet dit verder.

Foto : Archief Heemkring Arendonk
Auteur : J. Huybrechts
September 2018
Verbroedering Arendonk

2014, honderd jaar na het begin van de Eerste Wereldoorlog, zou een herdenkingsjaar zijn waar alle ogen constant op die gebeurtenis zouden gericht zijn en waar de leuze: “nooit meer oorlog” reeds aan het begin centraal zou staan en niet, zoals toen, aan het einde.

Maar, we zijn vandaag, terwijl ik dit schrijf, dinsdag 17 augustus 2018, de dag dat alles kan bekeken worden met een tricolore bril omdat de Wereldoorlog zoveel jaren geleden beëindigd werd, ofwel omdat de nationale trots over de prestaties van de Rode Duivels nog niet gesleten is. In ons volkslied is heden ten dage met “voor vorst,voor vrijheid….” niet koning Filip bedoeld maar wel koning voetbal. En dan moet “nooit meer oorlog” een pauze nemen want “voetbal, dat is oorlog”.

Nu jullie dit lezen, weten jullie al hoever België geraakt was en daarom moet ik op een ander thema overschakelen. Alhoewel, Arendonk heeft haar eigen strijdperk met F.C. Verbroedering Arendonk en FC. Vrij Arendonk beëindigd. Wij houden het vredelievend en beperken ons tot de eerste vereniging. Een gunstige wind bezorgde mij een paar stukken uit het archief van de club.

In het eerste kwart van de twintigste eeuw waren er al voetbalclubs in Arendonk op de gehuchten. Alhoewel dat toen nog geen voetbal te noemen was, omdat ze toen nog met een voddenbal trainden of tegen een varkensblaas schopten op geïmproviseerde pleinen. Op de Berendonk bijvoorbeeld voetbalden “De Bosvogels” op een gelijkgemaakte zavelberg zonder een spier gras.

Maar geleidelijk normaliseerde zich dat naar betere omstandigheden. Op 24 maart 1924 werd in Arendonk voetbalclub F.C. Arendonk Sport opgericht, en deze club sloot zich op 27 februari 1927 aan bij de Belgische Voetbalbond en kreeg er stamnummer 915. Op 15 maart 1930 fusioneerde Arendonk Sport met F.C. De Zwaluw en op 25 mei 1946 met F.C. Wippelberg. Bij deze laatste fusie werd de naam van de club veranderd in F.C. Verbroedering Arendonk en het stamnummer 915 bleef behouden. Het was dus wachten tot na de Tweede Wereldoorlog vooraleer naar deze vredelievende naam werd overgegaan.

Tijdens de mobilisatiejaren 1939-1940-1941 speelde de Arendonkse club mee in de noodcompetitie, die de Belgische Voetbalbond organiseerde. Voor deze competities werden de clubs ingedeeld in groepen van dorpen die dicht bij elkaar lagen en ze eindigden ook onafgewerkt. Overgaan naar een hogere reeks was ook niet mogelijk. Men beoogde enkel een continuïteit. Dit gebeurt zo ook in het laatste oorlogsjaar, terwijl onder de bezetting wel competities waren met mogelijkheid tot stijgen en dalen terwijl toch getracht werd om de naburige clubs in dezelfde poule te houden.

Na de oorlog vinden we het ontstaan van Verbroedering Arendonk. Tot die fusie was al eens een poging gedaan in 1943, die echter niet lukte. Het werd zo bekeken dat F.C. Wippelberg bij de oudere club F.C. Arendonk kwam. De spelers van F.C. Wippelberg moesten daarom een nieuwe aansluitingskaart tekenen. Door een vergissing van de secretaris van de nieuwe fusieclub werden die kaarten niet tijdig naar de bond gestuurd zodat de eerste twee zondagen van de competitie alleen spelers van de oude club F.C. Arendonk mochten opgesteld worden. Toch werden die wedstrijden gewonnen, en alle spelers hadden goed gespeeld. En, aangezien het niet aangewezen is een winnend team te wijzigen, werden de derde zondag slechts drie spelers gewisseld. De kritiek bleef niet uit vanwege de vroegere Wippelbergse spelers, maar de ploeg bleef winnen. En de kritiek luwde. Dat jaar en het volgende jaar werd de Arendonkse club kampioen. Dit werd toegeschreven aan het degelijk werk van sigarenmaker/trainer Frans Carpentier. Deze was een autodidact, die nooit een boek over trainingsmethodes had gezien, maar wel een genie was in dit vak. In het jaar 1967-1968 speelde Verbroedering ook kampioen in 2° Provinciale B onder een andere bijzondere trainer Jos Lanslots. Het was in die tijd uitzonderlijk dat er in de week getraind werd, wat men in Arendonk wel deed. Werd er niet gewonnen, dan kwam van de criticasters de opmerking dat de spieren stram getraind waren.

Hoogtepunten voor Verbroedering situeerden zich in de jaren 1948 tot 1957 toen de club in Bevordering speelde, wat toen de derde hoogste nationale afdeling was. In die negen jaren was er toen enkel een onderbreking in het jaar 1955-1956. In 1948 was het begin slecht toen vijf opeenvolgende nederlagen werden geleden. Toen werd overgeschakeld naar een andere opstelling, begon het te vlotten met een overwinning van 0-4 tegen C.S. Visé. Toch moest Arendonk dat jaar tot de laatste match vechten tegen het degradatiespook in een wedstrijd tegen Wezel. Een van beide ploegen zou zakken naar een lagere afdeling en Arendonk had zelfs niet genoeg aan een gelijkspel. Arendonk won met 2-0 en bleef zo negen jaar in bevordering (met een jaar onderbreking). Na seizoen 1956-1957 zakte de club definitief naar de provinciale reeksen.

In de maand augustus 1974 werd het 50-jarig bestaan van de club gevierd en werd tezelfdertijd het sportpark “De Heikant” geopend. Van in 1969 was men begonnen met de uitbouw van een stuk grond van 5 ha, waar een grasmat werd aangelegd voor verschillende velden en waar de kleedkamers en kantine werden gebouwd. De kosten van het project werden door de club gedragen, maar de onderhoudskosten lagen te hoog om gedragen te worden door de club. Men trachtte daarvoor subsidie te verwerven bij Bloso (vandaag Sport Vlaanderen), maar daartoe moesten door de club en de gemeente voorwaarden vervuld worden. Ondermeer moesten andere sporten voordeel kunnen halen uit de accommodatie. Maar de subsidie werd niet verworven. De club legde de schuld bij de gemeente en zo zorgde toen de prima terreinen voor zorg en ergernis, wanneer andere clubs ze gebruikten en de gemeente het beloofde onderhoud niet uitvoerde.

Ondertussen heeft de club een heel evolutie en geschiedenis doorworsteld. Er staan nieuwe uitdagingen voor de deur, met de toewijzing van de locatie van de sportvelden waarbij het tot een strijd met K.F.C. Vrij Arendonk had kunnen komen. Door een nieuwe fusie is het tot een vredelievende verbroedering gekomen, onder de naam KFC Arendonk Sport, met nog steeds het stamnummer 915. De club speelt opnieuw in blauw-rood, de oorspronkelijke kleurencombinatie uit de beginjaren. Voorlopig worden de wedstrijden gespeeld op de pleinen van het vroegere FC VRIJ op de Meulegoor.

Bron : Archief K.F.C. Verbroedering Arendonk - Scriptie Bart Sneyers, Leuven 1987
Foto : Archief Heemkring Arendonk
Auteur : R. Claessen
Mei 2018
De Hufkens

De gemeenteraad van 13 maart 2017 bekrachtigde de samenstelling van de 4de straatnamencommissie. In de geschiedenis van de Arendonkse straatnamen speelt onze heemkundige kring sinds de jaren 1970 en volgende, een belangrijk rol. Na de eerste twee Straatnamencommissies, vertrouwde het college van burgemeester en schepenen sinds de oprichting van de Heemkring in 1978 de naamgeving toe aan ‘Als Ice Can’.

Sindsdien werden een aanzienlijk aantal straatnamen door de heemkring met een uitgebreide en verantwoorde nota ter advisering aan de cultuurraad en het schepencollege voorgelegd en werden deze telkens door de gemeenteraad goedgekeurd. Vanaf maart 2017 zoals hogervermeld, is er een nieuwe commissie samengesteld uit mensen van het bestuur van de gemeente, zijnde de burgemeester en de schepen van cultuur, de cultuurambtenaar, een vertegenwoordiger van de cultuurcel, van toerisme Arendonk, en verder onze Heemkring; Bart Vosters, Guy Van Deuren, Harry Liekens en Jean Huybrechts als voorzitter van de 4de Straatnamencommissie.

In haar eerste bijeenkomst op 10 oktober 2017 boog de commissie zich over de naamgeving van de Hufkens, de kleine paadjes achter en naast de Vrijheid en het centrum van onze gemeente. Vroeger beter gekend als de ‘Strontpaadjes’. Enkele hiervan hadden een officiële naam die was opgenomen in het boekwerk ‘Straatnaamkunde over Arendonk’ van Jef De Pauw uit 1973. Na beraadslaging stelde de 4de Straatnamencommissie volgende naamgeving voor die op de gemeenteraad van 12.02.2018 officieel werd bekrachtigd.

De Hufkens worden voortaan als volgt benoemd:
1. Gorpkenshufke
2. Mouterijhufke
3. Celenshufke
4. Kostershufke
5. Horstenkerkhufke
6. Broseshufke
7. Sluiskenshufke
8. Begijnenhufke
9. Priorshufke

Verdere naamgeving van andere in de gemeente gelegen openbare paden en wegentjes wordt in de nabije toekomst voorbereid. Zo blijven de straatnamen ook in de kleine paden en wegentjes verder de eigenheid van onze gemeente beklemtonen. De folklore en geschiedenis wordt zo ook voor de nieuwe generaties levendig gehouden en bewaard.

De nieuwe straatnamen worden door middel van borden aangeduid, toerisme Arendonk zal nieuwe brochures wijden aan deze paden waarin de ligging en naamgeving zal worden toegelicht.

Auteur : J. Huybrechts
December 2018
Den elentrik

De elektriciteit komt – zo gaat de spraak – onder het volk van Arendonk. We spreken over 1905. De openbare verlichting en elektrische huisverlichting werd, in een beperkt deel van het Centrum van de gemeente, in 1906 aangelegd door de Nederlandse firma, ‘Gebrs. Timmermans & Cie uit Overijssche’.

Arendonk was de eerste gemeente in de Kempen waar de elektrische verlichting werd voorzien. Zelfs vijf jaar vooraleer in Turnhout de gaslampen verdwenen.
De walmende kaarsen en stinkende oliepitjes werden overbodig. Er was geen gezuiverde petroleum meer nodig voor de fameuze ‘Lampe Belge’. Toch duurde het nog tot in 1924, vooraleer het ganse dorp met al haar gehuchten was aangesloten op het elektriciteitsnet. Aanvankelijk gebeurde de productie van elektriciteit in het ‘ellentrikkot’, gevestigd op het Begijnhof naast de Wamp. Later vanaf 1910 werden de dynamo’s verhuisd naar de oude wolspinnerij Deroissart, waar nu de bibliotheek is gehuisvest. De bestaande stoommachine, moderner en groter dan deze aan het Begijnhof, werd ingeschakeld voor de productie van elektriciteit voor een aanzienlijk deel van de gemeente.

In 1924 sloot de gemeente zich aan bij het grotere geheel op provinciaal vlak voor de bedeling van elektriciteit. De robuuste stoommachine was nog een tweede leven beschoren in Congo. Broeder Victor Lavrijsen (van de Kapitein) kocht deze voor zijn missiepost te Buta (Uele) in Belgisch Congo. Misschien werkt ze daar vandaag nog wel! Een andere anekdote vertelt; wanneer de elektriciteit uitviel was de volgende uitdrukking in Arendonk gangbaar: ‘ne pallèk in de boois’. Ooit was na lang zoeken de oorzaak van een panne gevonden, doordat de aanzuigbuis van het water uit de Wamp werd verstopt door een dikke paling, die daar zijn toevlucht had gevonden, en zo de toevoer van het water voor de stoommachine blokkeerde.

Bron : Diverse uitgaven uit 1982 heemkring Arendonk
Foto : Archief Heemkring Arendonk
Auteur : J. Huybrechts
September 2018
Arendonkse Bristolrenners

In maart en april 2018 werd in Mol een eerbetoon gebracht aan de vergeten fietsfabriek Bristol van de familie Huysmans.

Het merk Bristol bestond tussen 1907 en 1971. Het kende een grote bloei tijdens het interbellum en net na de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de gebroeders Huysmans voor het overgrote deel stadsfietsen verkochten – met distributie in de volledige provincie Antwerpen en delen van Limburg en Brabant –, kregen ze de meeste bekendheid met hun wielerploeg.


De Bristolrenners behaalden een aantal opmerkelijke resultaten op hun Molse fiets. Het merk trok, dankzij de kwaliteitsvolle fietsen, dan ook de betere renners uit de streek aan. De resultaten volgden logischerwijs. Het hoogtepunt werd de zege van Rik Van Steenbergen in het wereldkampioenschap op de weg in het Deense Kopenhagen in 1949. Hij deed dat op een Bristolfiets, ambachtelijk gemaakt in Mol. Twee andere Arendonkse renners die voor het Molse fietsmerk Bristol uitkwamen, waren Godfried De Vocht en René Mertens.
Godfried De Vocht
De ’Ketel’ van Bristol op zegejacht
Godfried ‘Frie(d)’ De Vocht (1908–1985) verdedigde de Bristolkleuren van 1926 tot 1932. In de jeugdcategorieën reeg hij de zeges aan elkaar. In 1927 werd hij eindwinnaar van het Criterium der Antwerpse juniors en in 1928 zegevierde hij in totaal twaalf keer. Hij won o.m. de ‘Groote Prijs der Zilveren Helmen’ in Halen. De Molse pers was lyrisch over het wonderkind De Vocht: ‘Kent ge De Vocht van Arendonck? De ‘ketel’ van Bristol is in reparatie. Zeg à propos, dat die ketel verslijt, dat verwondert me niet? Hij heeft dit seizoen meer dan 2000 km. medegemaakt aan koersen alleen …’.
Met veel tegenzin moest hij naar het leger in 1928 en 1929:
Als er iemand met tegengoesting bij het leger is, dan ben ik het. Het eten kan ik niet gewennen, en mijn ledematen zijn ’s morgens stram en stijf. Ik besef maar al te wel dat ‘rust roest’, en daarom heb ik de heeren Huysmans een pistvelo gevraagd, ten einde mij regelmatig te oefenen op den Wintervelodrom. In 1929, indien mijn oversten zulks toelaten, schik ik enkele baankoersen te doen, enkel en alleen om in form te blijven. Eenmaal in augustus van den troep af, zal ik me gansch den winter met de meeste zorg oefenen. In 1930, als ’t God belieft, begin ik weer als junior. Heb ik den gewenschten form van 1927-1928, dan ga ik onmiddellijk hooger op, alware het ineens bij de beroepsrenners.
Ondanks zijn legerperikelen werd hij toch Belgisch kampioen bij de militairen in Brasschaat en veroverde hij de eerste plaats in het kampioenschap van Limburg in Neerpelt. In 1930 won hij het pleit in de ‘Groote Prijs van Brussel’, hij won de derde rit Arras-Parijs van het ‘Criterium der Arendjes’ over 238 km én kroonde zich tot Belgisch kampioen bij de onafhankelijken in Péruwelz. In de Sluitingsprijs in Putte-Kapellen moest hij met tien centimeter verschil onderdoen voor ex-wereldkampioen Georges Ronsse. Vanaf september 1930 zette hij de grote stap naar de profs. In totaal won hij 14 koersen, waaronder verscheidene in Frankrijk. Hij schreef de Scheldeprijs op zijn naam in 1931 en 1932.
Bloed stroomde hem uit de ogen
In september 1932 sloeg het noodlot toe in Lommel:
De grote Kermisprijs lokte de beste beroepsrenners naar de Kempen. Dit schoon sportfeest had veel geestdrift verwekt en midden een zeer groote belangstelling werd de wedstrijd verreden. De eindspurt gaf helaas aanleiding tot een smartelijk ongeluk. De vier leiders, Loncke, De Vocht, Maes en Duerloo kwamen, met Loncke voorop, op de witte lijn afgestormd, wanneer, in een draai, Loncke en De Vocht elkander onvrijwillig hinderden. De Vocht stuikte met het hoofd loodzwaar op de steenen. Maes en Duerloo duikelden erover. Maes en Duerloo zijn zwaar gekwetst. Maar met Fried De Vocht is het ’t ergst gesteld. Bewusteloos werd hij opgenomen en in een naburig huis gedragen.
De arme jongen was in een zeer zorgwekkenden toestand. Het bloed stroomde hem uit de oogen. Een geneesheer verscheen onmiddellijk ter plaatse. De verslagenheid was algemeen. Enkele stonden voordien was De Vocht nog stralend van levenslust en geluk. Nu ligt hij daar te zieltogen. Het tooneel was hartverscheurend. Door de zorgen van de hh. Huysmans, vader en zoon, uit Moll, werd hij naar het gasthuis aldaar gebracht. Men vreest voor een schedelbreuk. Binst den nacht is hij eventjes tot bezinning geweest. Hij zal door de Xstralen onderzocht worden. Laat ons, met gansch het sportieve Kempenvolk, den vurigsten wensch uiten tot spoedig en volledig herstel van die koene levenskracht, den flinken en vromen renner Fried De Vocht.
Toen hij na een lange revalidatie voelde dat hij zijn vroegere niveau niet meer zou halen, besloot hij te stoppen met koersen. Hij week uit naar Antwerpen, waar hij jarenlang aan de haven werkte en ook een café uitbaatte. Zware tegenslag versperde hem de weg naar de wielertop. Hij overleed in de Sinjorenstad in 1985.
René Mertens
Van mooiste benen tot Scheldeprijs
René Mertens (1922–2014) was 15 jaar lang prof, van 1945 tot 1960. In die periode behaalde hij een 50-tal zeges. Hij reed twee seizoenen voor Bristol: 1951 en 1952. Hij stamde uit een gezin met 14 kinderen. In Arendonk werd hij ‘René van de kantonnier’ genoemd, omdat zijn vader kantonnier van bruggen en wegen was. Vanaf zijn 14de ging hij werken in de sigarenfabriek Karel I in Reusel. Aanvankelijk speelde hij voetbal, maar in 1943 begon hij te koersen.
René was een ‘kloeke’ atleet: groot, sterk en heel snel. ‘René had de mooiste benen van het hele peloton, zeiden alle meisjes in die tijd’, aldus zijn twintig jaar jongere echtgenote Georgette. Hij won zeven wedstrijden bij de juniors en stapte dan over naar de onafhankelijken. Op 7 augustus 1945 werd hij beroepsrenner. In 1946 behoorde hij tot de deelnemers aan de ‘Groote Prijs van Mol’. Hij werd er aangekondigd als ‘René Mertens, het idool van Arendonck’.

Zijn eerste grote succes boekte hij in de Scheldeprijs van 1947. Zo werd hij, na Godfried De Vocht, de tweede Arendonkenaar met winst in de Scheldeprijs. Tegelijk leverde die zege hem de kampioenstitel van de provincie Antwerpen op.

Het is hoogzomer, die laatste dinsdag van juli 1947. ’t Is warm, té warm zelfs op de vlakke banen van Limburg waar de sportieve Limburgers de renners met emmers, gieters en spuiten staan af te wachten. Kwestie van de wegduivels een verdiende verfrissing te geven.
Tussen Scherpenheuvel en Diest demarreren Rik Van Steenbergen en Berten Sercu weg uit het peloton. René Mertens, Jef Didden, Pol Verschueren, Julien Janssens, Rik Bauwens en Louis Brusselmans komen bij. In Beverlo vervoegen Theo Middelkamp, Jef Hendrickx, Eugeen Kiewit, Frans Rijckers en Alfons Boeckaerts de leiders en het verhaal is meteen geschreven. Kiewit en Verschueren zijn de eerste afvallers, maar terwijl iedereen zich verwacht aan een sprintzege van Rik Van Steenbergen, krijgt hij in Brecht last met zijn derailleur en… weg is de mogelijke zege. In de finale lossen Boeckaerts en Dillen en de anderen sprinten voor de zege, die behaald wordt door de sterke René Mertens, net als grote Rik van Arendonk afkomstig. Sercu is tweede op een half wiel en Middelkamp derde.

Enkele dagen later, op zondag 3 augustus, werd Theo Middelkamp (1914-2005) wereldkampioen in Reims. Berten Sercu (1918-1978) finishte ook daar als tweede.
Met Bristoltrui in het BK van 1952

Dankzij zijn prestaties werd René geselecteerd voor de Belgische ploeg voor de Ronde van Frankrijk in 1948. Hij was echter te zwaar gebouwd voor de Franse cols en arriveerde buiten de tijdslimiet in de 12de rit, San Remo-Cannes. Die Tour werd gewonnen door de Italiaan Gino Bartali (1914-2000) .
Als Bristolrenner veroverde hij bloemtuilen in Ninove, Willebroek (voor Stan Ockers) en Zingem (1951), evenals in Vilvoorde (kampioenschap van Brabant), Zoutleeuw, Deinze, Ertvelde, Oostrozebeke en Eindhoven (1952). Op 3 augustus 1952 reed hij het Belgisch kampioenschap in Bristoltrui. Jef Schils werd kampioen.
Vanaf 1953 reed hij voor ‘Groene Leeuw’. Dat jaar won hij o.a. de Schaal Sels. In 1955 zegevierde hij in de Omloop der Vlaamse Ardennen in Ichtegem, in Meerhout en in Arendonk. Zijn laatste palm haalde hij binnen in Beerse in 1959. Hij bleef prof tot zijn 39
ste. Koers was alles voor hem. Hij was een levensgenieter die na de wedstrijd graag een pintje dronk en een sigaar rookte.

Dramatisch einde

Vanaf 1952 bouwde hij een tweede leven uit in West-Vlaanderen. Hij leerde er zijn vrouw kennen en baatte er samen met haar, van 1963 tot 1978, het café ‘Het Witte Paard’ uit op de Markt in Tielt. Na zijn profcarrière bleef hij nog jarenlang fietsen voor zijn ontspanning. Zijn vroegere maten bleven hem bezoeken in zijn café. Ook Eddy Merckx (°1945) passeerde er, als hij in de buurt moest koersen.
Voor de start van de Scheldeprijs werd hij elk jaar in de bloemen gezet als de langst levende winnaar. Hij trok er telkens naartoe met zijn beste vriend en buur Roger Decock (°1927), winnaar van de Scheldeprijs in 1954. Zo ook op 9 april 2014. Vlak voor de start van de 102
de editie kreeg hij een fatale hersenbloeding en overleed schielijk. Zo stierf René op zijn 92ste op de plek waar hij zijn grootste triomf vierde.

Rik Van Steenbergen
Wederzijds respect tussen Bristol en Van Steenbergen

Rik Van Steenbergen (1924–2003) was de vedette, het boegbeeld én het uithangbord van Bristol in de jaren 40 van de vorige eeuw. De gebroeders Huysmans pakten in hun publiciteit gretig en vaak uit met de robuuste Arendonkenaar die het Molse merk naam en faam bezorgde dankzij zijn spraakmakende prestaties en resultaten. Rik I kan van 1943 tot 1951 aan Bristol gelinkt worden.
In de eerste jaren van zijn carrière reed Rik uitsluitend op een Bristolfiets. Zulks was ook niet verwonderlijk, omdat we in oorlogstijd leefden en er nauwelijks contact was met het buitenland. In de eerste naoorlogse jaren bleef Van Steenbergen trouw aan de kleuren waarmee hij op weg en baan zulke successen had geoogst. Toen hij een contract kreeg van het Franse merk Mercier, bleef hij in eigen land de kleuren van Bristol trouw. We herinneren ons nog menige wedstrijd uit die periode waarin Van Steenbergen getooid was met de Bristoltrui.
Ook ten overstaan van vader Huysmans, die hem in de beginjaren had geholpen, en later ten overstaan van de zonen die het bedrijf hadden overgenomen, heeft Rik Van Steenbergen zich steeds dankbaar getoond.
We weten nog heel goed dat Rik enkele aanbiedingen heeft laten liggen voor wedstrijden in andere gedeelten van het land, wanneer er een wedstrijd in de Kempen plaatsvond waarin zijn aanwezigheid zou op prijs gesteld worden.
De heren van Bristol verwachten me daar en ik kan die mensen niet teleurstellen, hebben we Van Steenbergen meermaals horen zeggen. En dat was gemeend.
Eens dat echter de wielersport een werkelijke internationalizatie kende en de grenzen voorgoed werden ontsloten, heeft Rik Van Steenbergen het merk van zijn jeugd moeten prijsgeven voor de buitenlandse verplichtingen welke zich met het jaar opstapelden en welke van hem ten andere de grootste internationale figuur van de laatste kwarteeuw hebben gemaakt. (…)
We achten het wel eens opportuun om de inspanningen van regionale rijwielmerken als destijds Bristol, hier nogmaals te belichten, omdat ze in verscheidene gevallen hebben meegewerkt om de grootste kampioenen naar hun illustere loopbaan te lanceren.
Daarom heeft Rik Van Steenbergen steeds zoveel waardering blijven opbrengen voor de familie Huysmans van Mol, welke hem op de weg van het sukses plaatste.

Toen Rik in 1943 en 1945 het BK op de weg won – in 1944 werd het niet georganiseerd -, waren de gebroeders Huysmans er als de kippen bij om er in advertenties de nadruk op te leggen dat hij op een velo Bristol uHuysmreed. Tussendoor, in 1944, werd hij Belgisch kampioen omnium en achtervolging op de piste en ook die titels werden dik in de verf gezet. In datzelfde jaar won hij zijn eerste klassieker, de Ronde van Vlaanderen, op zijn 19
de.

Wereldkampioen

Dé prestatie waarmee Bristol in hoge mate pronkte, was uiteraard de wereldtitel van Van Steenbergen in 1949, behaald op een Bristolfiets. Die titelstrijd werd verreden in Kopenhagen. De Belgische ploeg bestond uit Rik, Raymond Impanis, Albert Ramon, Stan Ockers, Valère Ollivier en Briek Schotte.
De klassieke strovuur-ontsnappingen grepen natuurlijk ook plaats, en toen de 200 km (afgerond) afgelegd waren en de beslissende slagen werd toegebracht, duurde het niet lang of het kaf werd van het koren gescheiden.
Bleven over: Schulte – Kübler – Stettler – Coppi – Van Steenbergen. In de 29
ste van de 33 ronden van 8,8 km speelde Coppi dood of levend. Alleen Kübler en Van Steenbergen konden zijn wiel houden. Kort daarop liep Stettler ook van Schulte weg, want de Nederlander was nog ernstig gehandikapt door een val die hij enige dagen te voren gedaan had te Heerlen.
In de 31
ste ronde kwam Brik Schotte gans alleen aanrukken. Hij ging voorbij Schulte en Stettler, en zette dan de jacht hardnekkig door op het leidend drietal Coppi – Kübler – Van Steenbergen.
Het einde was echter te dichtbij; de drie leiders werden niet meer bijgehaald en zouden er voor sprinten.
Coppi zou nog driemaal demarreren, maar telkens als hij 20-30 meter voorsprong had, sprong Rik erbij en erover. Kübler loste bij elke demarrage en weigerde een meter kop te doen. Rik wist dat de Zwitser dood zat en Coppi vreesde hij niet in sprint.
Die eindspurt werd nochtans een der indrukwekkendste die ik ooit gezien heb. (…) Op circa 350 m lag Kübler aan de leiding. Op 300 m lag Ferdi al bijna 100 % gelanceerd, met rechts van hem Van Steenbergen nevens ’t achterwiel.
Aan de 200 m liet Rik zich een paar lengten afzakken om zich, wanneer hij zijn ‘tijgersprong’ ofte demarrage zou inzetten, ver genoeg te kunnen distanciëren, zodanig dat Coppi geen kontakt meer zou kunnen krijgen. En toen sprong hij!
Het was fantastisch! Coppi bleef letterlijk ter plaatse staan en Kübler werd voorbij gebliksemd. Na vijf-zes pedaalstoten lag Rik drie-vier lengten voor.
Op 50 m voor de meet legde hij de rechterhand nevens het handvat bovenop de stuurstang, greep met de linkerhand zijn zadel vast en draaide zich toen om, om te zien hoeveel voorsprong hij had! Van Steenbergen won royaal met drie lengten voor een dode Kübler en een frisse Coppi. Daarmee had Rik zijn eerste regenboogtrui binnen schot!

Zodra Rik tot de allergrootsten ging behoren, was hij geen spek meer voor de kleine Bristolbek…

Foto : Archief Heemkring Arendonk
Auteurs : Stijn Geys - Rudy Nuyts
Mei 2018
Natuursoep

Op het adres Klotputten 100, aan de rand van het industrieterrein de Hoge Mauw, treffen we het familiaal bedrijf Natuursoep bvba aan, dat al met de derde generatie aan het bestuur van het bedrijf in Arendonk gevestigd is. De firma is geregistreerd onder nummer BE0416-248-180. Trends rangschikt de firma op “Plaats Top 51.386” en op “plaats sector 232 van de voedingsnijverheid”.

De firma is in 1959 in het leven geroepen door Alfons Broeckx. Van opleiding was Fons tandtechnieker, maar hij werd samen met zijn broer beenhouwer in Turnhout. Zekere dag besloten zij in hun beenhouwerij ook soep te verkopen. Toen die verkoop aansloeg, werd ze
ook huis aan huis verkocht. De soep werd vervoerd in melkkitten van 40 liter, en tijdens een rondrit langs de omliggende dorpen aan de klanten verkocht per liter.

Alphonsus Maria Leonardus Broeckx is geboren te Turnhout op 13-7-1929 en is de zoon van Joannes Broeckx en Maria Cornelia Wouters. Op 15 november 1952 is hij gehuwd met Irena De Proost, die in Arendonk geboren werd op 12 november 1930. Zij is de dochter van Pieter De Proost en Maria Joanna Verbruggen. Hun gezin telde vier kinderen: Lea (1954), Maria(1955), Johan (1958) en Karel (1963).

Op 13 juli 1929, vlak voor de geboorte van Lea, hun eerste kind, komt het gezin Broeckx-Wouters in Arendonk, Kerkstraat 15 wonen. Zij komen van Turnhout Mesesstraat 25 en trekken in bij Verbruggen-Bruyninckx, de grootouders van Irena langs moeders kant. Datzelfde jaar verhuisden ze echter terug naar Turnhout, naar het adres Ijzerenwegstraat 1. Op 18 september 1959 komen ze zich echter weer definitief terug in de Kerkstraat te Arendonk vestigen.

De soephandel liep ondertussen goed, en Alfons bracht in 1959 ook deze handel over naar het aangepast pand in de Kerkstraat, (op de hoek van het Straatje van de Soepboer) waar de firma administratief officieel van start ging. Zijn broer blijft in Turnhout wonen en heeft er later nog de ijspiste uitgebaat in de Otterstraat.

Op het eind van de jaren ‘60 werd ook een afdeling voor activiteiten op vlak van traiteurschap toegevoegd aan de bezigheden van de firma, maar dat was niet naar de zin van Alfons. Hij wilde het bij soep houden, en richtte zich op de verhandeling van zijn favoriete product. Dat evolueerde naar ingevroren, dubbel geconcentreerde soep in bakjes van één liter. Er werd daarvoor een vulmachine aangekocht, die vier bakjes tegelijk kon vullen, en die hypermodern was voor die tijd. Ook deze innovatie werd een succes en al snel was de soep in zoveel winkels verkrijgbaar dat de huis-aan-huis verkoop werd gestaakt.
Over de activiteiten van die periode vertelt Hugo Vandendungen: “ Ik werkte destijds voor Natuursoep in de Kerkstraat toen Fons Broeckx er de baas was. Het was plezant werk en ik deed het graag. In de kookruimte stonden vier ketels voor 500 liter soep. Dat was de dagproductie die dagelijks aan de klant moest worden gebracht. Ik stond voor de uitvoer, en er waren nog een viertal andere chauffeurs. Er was ook concurrentie uit andere dorpen, onder andere uit Turnhout, maar ik verdedigde mijnen toer. De beste tijd voor de verkoop was de winter wanneer de mensen hun tuingroenten niet konden binnen halen uit hun eigen tuin. Op een zaterdag, toen alle andere chauffeurs afwezig waren heb ik eens 13 kruiken van 40 liter verkocht. Als mijn lading verkocht was, en ik terug op het bedrijf kwam, moest ik toen telkens weer een nieuwe lading nemen en terug vertrekken omdat de andere chauffeurs nog steeds niet op het werk verschenen waren. De soep kon niet blijven staan tot na het weekend want ze werd elke weekdag vers gemaakt.”

In 1983 nam de oudste zoon van Alfons en Irene, Johan Broeckx, de leiding van de firma over. Was zijn vader zonder specifieke vorming in het ondernemerschap gerold, Johan daarentegen was kok van opleiding. Hij was ondertussen getrouwd met Linda Huysmans en zij hadden samen twee kinderen, Hans en Caroline. Alleen Hans is later in de zaak aan het werk gegaan. Johan was een vriend van de Arendonkse verenigingen. Zelf was hij lid van de jachthoornblazers Halali, en ook de andere Arendonkse verenigingen, zo ook de heemkring, waren bij hem welkom voor steun bij hun organisaties.

Het was de verdienste van Johan dat zijn soep verkocht werd in de provincies Antwerpen, Limburg en Vlaams-Brabant. Onder zijn leiding verhuisde het bedrijf ook naar zijn huidige locatie, Klotputten100, waar de accommodatie nog beter aangepast was. De overdracht van de firma van vader op zoon verliep vlot, en het aantal verschillende soeprecepten bleef behouden op twaalf. Hevig was de discussie over het gebruik van zout. In de tijd toen Alfons de bereiding bepaalde, hadden de klanten enkel hun kelder en zout om de soep eetbaar te houden. Maar omdat meer en meer gezinnen over een ijskast gingen beschikken, wilde Johan het zoutgehalte drastisch beperken wat op hevig verzet van vader Fons botste. De rede heeft het uiteindelijk gehaald.

Het was in 1996 dat de firma het gloednieuw complex in gebruik nam aan de Klotputten. In 1997 was er voor hen ook een deelname aan de Open Bedrijvendag. Johan dacht toen dat er wel wat volk zou langs komen en dat hij iedereen uitvoerig uitleg zou kunnen geven. Gelukkig nam hij op het laatste ogenblik drie gidsen in dienst om de algemene gang van zaken in de bedrijfsruimten uit te leggen, zodat hij zich kon bezighouden met de echte potentiële klanten en leveranciers. Belangstellenden stonden immers in een brede strook tot aan de oprit van de autostrade aan te schuiven om aan de beurt te komen voor een rondgang. Het voorziene sluitingsuur van de Open Bedrijvendag werd ruim overschreden en aan dat einde moesten nog bezoekers geweigerd worden. Het nieuwe gebouw, waarin alle Europese richtlijnen qua voedselveiligheid in acht waren genomen, was dan ook het bezoeken waard.

Tegelijkertijd met deze nieuwe start werd de beslissing genomen ook de provincies Oost- en West-Vlaanderen als afzetgebied aan te werven. Samen met zijn echtgenote Linda Huysmans wist Johan deze doelstelling te bewerkstelligen. Het bedrijf kon zich zodoende meer en meer consolideren. Onder hun leiding hadden zij zes werknemers in dienst en beschikten zij over drie vrachtwagens.

In 2003 is de zoon van Johan en Linda, Hans Broeckx, zaakvoerder van het bedrijf geworden en in 2007 heeft hij samen met zijn echtgenote Dorien Jacobs, de firma in zijn geheel overgenomen. De jonge CEO heeft een opleiding genoten van logistiek manager. Men zorgt ondertussen voor de afzet van hun producten in gans België onder de naam “la soupe”, en verwezenlijken een dagproductie van 3.000 liter soep en zes ketels. Het bedrijf heeft nu zes medewerkers en heeft nog maar één vrachtwagen van de eigen firma omdat het transport van de soep door een extern bedrijf wordt uitgevoerd. Hans en Dorien hebben twee kinderen zodat de toekomst verzekerd is.

Bron : Natuursoep bvba
Foto : Natuursoep bvba & Staf Lasters
Auteur : R. Claessen
Stacks Image 1431

Molenwiel 37 - 2370 Arendonk

+32 (0)477 25 32 95

Bank : BE70 0682 1427 2825